|
Dag 1: Kanaal door Walcheren (zuinig met de motor).
Voor mij is
het de eerste keer dat ik mee doe aan de Duotocht. Ik heb me moeilijk
voor kunnen bereiden, of beter gezegd, ik weet me niet voor te bereiden.
Ik ga van een zware vergadering in ’s Hertogenbosch de auto in en ben
een kleine twee uur later in Vlissingen. Sjaak heeft de koffie al klaar.
Ik ontspan en verwacht een paar heerlijke dagen zeilen
Nadat we de
zeilaanwijzingen in ontvangst genomen hebben zijn wij snel klaar met
onze keuze. Aangezien Blankenberge met deze windverwachting geen optie
is en Paal niet voor of na Ellewoutsdijk aangelopen mag worden zijn alle
overige havens verplicht. Het tij op de Westerschelde loopt uit dus:
naar het Veerse Meer. Dat is heel bekend vaarwater, goede
overnachtingsplaatsen en ook een goed uitgangspunt voor de komende
dagen. Ellewoutsdijk doen wij op het laatst en kunnen daarna direct door
naar Vlissingen.
Na het
vertrek om ongeveer half zes gaan we op ons gemak met bijna alle
deelnemers door het kanaal. We zeilen alleen op de fok. Ondertussen
heeft Sjaak op basis van zijn jarenlange zeilervaring een “chicken
tonight” gebrouwen. Na Middelburg zakt de wind nog wat verder weg, maar
rustig zeilend op de fok en grootzeil lopen we lekker richting Veere.
Wij willen nog zo min mogelijke motorminuten. De helft van de deelnemers
verdwijnt uit het zicht voor ons (de onderwaterzeilen aan), de andere
helft laten we achter ons.
In Veere
wordt het al donker. Nadat we om half negen gezamenlijk met een aantal
andere deelnemers geschut zijn gaan we het Veerse meer op. Bekend
terrein dus dat gaat goed komen. Bovenlangs de platen richting
Oranjeplaat. Al snel blijkt dat de Ajangada veel snelheid maakt en dat
dus in het donker de boeien ook twee keer zo snel op je afkomen. Dat
vraag veel concentratie bij het navigeren en uitkijken.
Om halftien
varen we de haven van Oranjeplaat in en meren naast de Lila Olifant af.
Wij zijn van plan nog verder te gaan, maar nadat de kaart gepost is
vinden wij eigenlijk dat geen goed idee meer. De wind is ver weg en
waarschijnlijk kunnen we morgen meer mijlen maken, en kunnen ook
redelijk op tijd weer op.
De Xtreme
vaart de haven in. Zij komen later aan in de haven maar zijn sneller bij
de bus. Zij kennen de haven en zijn beduidend verder de kom ingevaren.
Daar zitten dus ook winstmogelijkheden.
Sjaak
schenkt een borrel in en we discussiëren nog over de te volgen
strategie. Met de windverwachting (4 tot 5) en de richting kunnen we het
beste elke plaats die bezeilbaar is achtereenvolgens aanlopen, inclusief
de boeien.
Dag 2. Tempo, tempo, tempo.
Het is even
wennen de eerste nacht aan boord, de ruimte is niet gigantisch, maar
voordat dat goed tot me doorgedrongen is blijkt het alweer 5.30 uur.
Goed geslapen.
Lekkere
hete thee om wakker te worden. Dat lukt me moeizaam. Koffie werkt bij
mij veel beter, maar ik weet ook dat als het maar een beetje golft ik
problemen krijg. Dan toch maar thee.
We zijn
krap na zes de haven uit. Het is nog flink donker en we proberen het
geultje meer op ons gevoel uit te varen dan iets anders. Het lukt prima
en richting Zandkreeksluis is het bezeild. Alleen op de fok lopen we
tussen de 6 en 7 knopen, hard genoeg in het donker. Soms moeten we flink
knijpen en we zien ook naarmate het lichter wordt (wat een mooie
zonsopgang) de Lila Olifant achter ons dichterbij komen. We kunnen ook
gelijktijdig de sluis in. Na de sluis gaan we een ontbijtje pakken en ja
hoor, zodra we aan de wachtsteiger afgemeerd liggen, ruik ik al snel de
geur van gebakken eieren met spek. Deze dag is in ieder geval
fantastisch begonnen.
Na het
ontbijt de Oosterschelde op, richting Burghsluis. Het weer is goed, de
wind is goed en de stroom is goed. Al genietend aan het roer stuur ik
richting Zierikzee. Dit soort momenten zijn juweeltjes. Toch is Sjaak
een beetje onrustig en nadat hij verschillende keren zich over de
zeilaanwijzingen heeft bekommerd beweert hij dat we de KT1-EV2 drie keer
moeten ronden. En dit had de eerste keer mogen zijn. Het roer om en toch
even die boei mee nemen voordat we verder richting Burgh-sluis gaan.
Even een goed moment om te realiseren dat je toch ook bij de les moet
blijven.
Daarna het
lange rak naar Burgh-sluis. De Ajangada loopt fantastisch. De wind trekt
aan en zit nu nog in de goede hoek. Sjaak gaat even flink trimmen en
door de toenemende wind neemt onze snelheid flink toe tot we in het
geultje achter het Nunnenplaatje een paar keer tegen de 15 knopen
klokken. Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ik vind het fantastisch.
Burghsluis
is nog steeds bezeild. Wel krijgen we door de kromming van de geul de
wind steeds meer van voren in combinatie met de meelopende stroom. Dat
wordt zwaarder. De Ajangada gaat door zijn snelheid niet meer over de
golven heen, maar er meer doorheen. En de golven komen soms met een
snelheid van tegen de 15 knopen aan. Twee keer zoveel als bij “normale”
snelheid. Na een paar keer door een golf gevaren hebben is het wel
duidelijk. Het moet niet veel harder gaan waaien met deze koers.
In
Burghsluis halen we even adem. Het was erg leuk om in dit tempo te varen
en we hebben er behoorlijk van genoten. Toch zien we ook de grenzen van
een boot als de Ajangada. Maar met de windverwachtingen is er weinig
vuil aan de lucht. Met de snelheden die we in dit weer maken kunnen we
rustig een dagje verwaaid liggen. Onze doelstelling is primair de tocht
uit te varen en dat gaat lukken.
De Lila
Meissies liep net de haven van Burghsluis uit toen wij erin kwamen. We
hebben bewondering voor hun tempo. Die Hanze loopt wel heel snel. In
Burghsluis pakken we een goede rustpauze en zien daardoor de Xtreme , de
Njord en de Beau Bateau ook binnen komen.
Om
halftwaalf gaan we weer verder, zo krijgen we de kentering als we door
de Roompot en het groot Vuilbaard varen. Geen stroom mee, maar ook niet
te wild water. De wind is nog lekker op kracht en met de golven achter
ons kan ons niet zo veel meer gebeuren. Weer zien we het log regelmatig
over de vijftien knopen gaan. Het maakt het zeilen wel heel dynamisch.
Zonder moeite kunnen we alle verplichte boeien ronden (de R34, de
R15-SvK2 en de SVK-OZ), vaarwaters nemen (Schaar van Colijnsplaat) en
overlopen doorkruisen (Overloop van Zierikzee). We passeren voor de
tweede maal de KT1-EV2, we klokken 15.3 knopen op het log bij passage
(record tot nu toe). We gaan richting St. Philipsland, via de
Krabbenkreek. Door de meelopende stroom en de ruime wind zijn we in een
kleine anderhalf uur van de R15-SVK2 bij de monding van de Krabbekreek.
Via de
Krabbenkreek. Dat vind ik heel leuk. Ik sta al een tijdje ingeschreven
bij de wsv Sint Annaland en binnen kort gaat het er toch van komen…, een
ligplaats. En dan wordt het heel vaak de Krabbenkreek. Maar zo bewust er
voor de eerste keer in varen is leuk.We zien lepelaars, scholeksters en
zelfs een kluut. Een prachtig stukje Oosterschelde en het doet me denken
aan mijn jeugd. Bijna elke zaterdag met Pa en onze sloep de
Oosterschelde op, droogvallen op de zilverplaat, zagers steken en
vissen. Ook toen al met een zeilbootje, dat volgens mij de vier meter
lengte niet haalde.
In Sint
Philipsland staat er nog niet veel water. Een paar keer vastlopend komen
we met zwaard en roer omhoog, sturend op de motor toch bij de kade en
Sjaak gaat rennend naar de kroeg om de kaart te posten. Zoals altijd
gaat het bij hem naar de kroeg toe sneller dan terug (het kan ook aan
zijn conditie liggen).
Terugkruisend door de geul loopt de boot weer perfect. Sjaak en ik raken
goed op elkaar ingespeeld en het kruisen gaat als gesmeerd. Er komt wel
weer een buitje over, maar door de bijbehorende windvlagen kunnen we
lekker hoog varen en zijn weer zo bij Stalland en weer de Krabbenkreek
uit. Onderweg nog de Lila Meissies groetend. Ik ben benieuwd of zij de
kade al kunnen bereiken in Sint Philipsland. Zij steken toch wel dieper
verwacht ik.
We praten
even over onze strategie. Wat doen we? Gaan we de Grevelingen op of door
naar het Volkerak. Gezamenlijk komen we tot de conclusie dat het lood om
oud ijzer is. De wind blijft in dezelfde hoek zitten en met een kracht 4
a 5 kunnen we alles goed zeilen. Het maakt dus niet zoveel uit en we
redeneren, dat, als we nu de Grevelingen opgaan, we, na het rondje en de
verplichte rust, hoogstens een paar uur extra rust moeten nemen voordat
we uit de Grevelingen kunnen schutten. Maar we hebben er dan al meer dan
80 mijl opzitten en dan mag een goede lange rust er ook wel zijn. We
kiezen voor de Grevelingen en liggen om kwart over vier voor de sluis.
Ook het
zeilen op de Grevelingen is mooi. De wind is wisselvallig, waardoor het
soms weer te langzaam gaat, en dan weer te snel. Je voelt de Ajangada
echt accelereren als er een vlaag komt. We reven en ontreven regelmatig.
Vanuit de
Hals varen we de Vlieger met een wijde boog in. Er bijna aan voorbij
gevaren. Je weet dat de geul komt. Je let goed op en toch ga je er bijna
aan voorbij. We pikken hem goed op en verbazen ons over de afwisseling
van de staken en de boeien, die elkaar niet serieus nemen en
willekeurige plaatsen innemen. Door de Paardengeul varen we via het
Springerssdiep naar Ouddorp
In Ouddorp
maken we er weer een vliegende aankomst en start van. De ingang van het
haventje is relatief smal en je moet meteen afvallen, nadat je de ingang
bent gepasseerd. Maar met een accelerende Ajangada die ook nog verdomd
breed is is het wel zaak om alert te zijn. Op een heel klein puntje fok
de haven in. Het gaat prima. De havenmeester, die aan de tap bier staat
te tappen, kijkt tamelijk verbouwereerd als ik hijgend het kaartje aan
hem geef en zonder iets te nuttigen weer rennend het pand verlaat. Hij
gaat dat de komende dagen nog vaker meemaken.
We starten
door naar West Repart. De lucht ziet er donker uit en het belooft toch
wel eerder donker te zijn dan gisteren. Vanuit Ouddorp varen we via De
Val richting Post Zélande. Ondertussen uitgereefd en weer opnieuw
gereefd. Dan via de Geul van Ossenhoek waarna we richting West Repart
gaan. In restaurant de Dolfijn is men nog niet helemaal op de hoogte van
wat er met onze briefkaarten moet gebeuren. Na enige uitleg begint er
iets te dagen, de baas had iets gezegd…. Na vertrek uit West Repart is
het dan donker en met een flinke bui over ons heen valt het niet mee
onze koers te vinden zonder verlichte boeien. We warmen een blik soep en
eten dit met wat brood. De spanning bij donker en slecht zicht is erg
groot. Voor een enkelromper is een aanvaring met een boei een vervelende
zaak, je kan er een lelijke schade van oplopen. Bij een trimaran
betekent de aanvaring met een boei een gebroken beam (verbindingstuk
tussen hoofdromp en drijver) en dus einde seizoen en een goed gesprek
met de verzekering. We zetten toch redelijk door en zijn nog voor tien
uur weer terug bij de Grevelingen sluis.
We kunnen
nu toch niet meer verder dan de eerste schut morgen, om 8 uur, dus we
gaan echt even pauze maken. We zoeken lopend de jachthaven op voor een
goede hete douche en na nog een flinke smak aan boord gemaakt te hebben
is het kooitijd.
Dag 3. Weerbericht!!!!!
De volgende
ochtend zijn we netjes op tijd voor de sluis. Na weerbericht geluisterd
te hebben (verwachting voor morgen ZW6 mogelijk 7). We worden als eerste
geschut, rustig de zeilen omhoog en even later is het tijd voor de
Krammersluis. Dat duurt behoorlijk wat langer, maar stelt ons weer in
staat om het ontbijt te vergroten met gebakken eieren met spek (dat kan
die Sjaak toch wel verdomd goed hoor).
Om 10 uur
het vaartje naar Oude Tonge in. Vlak voordat we de dijkdoorgang passeren
zien we een schip eruit varen. De schipper roept dat er nog een hoop
volgen. Zij zijn met een hele club en die komen dan ook stuk voor stuk
eraan. En wij met onze breedte kunnen we er dus niet in. Dat is
frustrerend. Terwijl er een gat in de colonne opdoemt schieten wij er
toch in. Een goede keuze, maar de tegenliggers passerend lopen we toch
regelmatig vast. Door wat bodemmodder op te roeren kunnen we wel
passeren. We maken zo alleen maar motorminuten terwijl we met een
tergende snelheid van bijna twee knopen onze tegenliggers proberen te
passeren. Wij balen van het tijdstip dat we gekozen hebben, maar als je
aan het eind van de dag er makkelijk invaart kom je de binnenkomers bij
het uitvaren ook weer tegen. Het is gewoon domme pech.
Na oude
Tonge de Volkeraksluis. We liggen te wachten aan de wachtsteiger en
bespreken onze strategie. Plannen makend, hoe we verder kunnen en hoe we
met de stroom in het Spui omgaan. De Ajangada heeft minder last van
stroom als het echt waait, anders schiet het ook niet op. Tijdens het
wachten en de discussie komt het weerbericht binnen. De wind zal
waarschijnlijk op maandag en dinsdag een achtje kunnen worden. We gaan
door met plannen maken. Ons rondje over Haringvliet en Hollands Diep
dien en dan morgen een dagje Willemstad om de ergste wind over te laten
gaan. Daarna naar Stavenisse, Tholen en dan de Westerschelde om…. Shit,
dat redden we dus niet, dat trekt de boot niet op de Westerschelde met
bft 7 a 8. Twee nachtjes in Willemstad haalt ook niet uit. Is dan het
beste alternatief nu terug te gaan, dan ligt de boot netjes thuis, maar
dan varen we hem niet uit. Dat kan niet, want we gaan hem mooi wel
uitvaren. Maar dat lukt sowieso niet. Dan terug naar Veere. We geven het
op. Nee, dat willen we niet.
Na een
kwartier hakken we knoop door, melden ons bij Adri af en gaan terug naar
Veere. Na een overigens heerlijke zeildag liggen we om 21:30 afgemeerd
in Marina Veere, even een extra lijntje aanbrengen voor de komende wind
en naar huis.
|