|
17 september
Eindelijk is het dan zover; schip
gestouwd met eten, drinken en accu’s voor onze boordcomputer. Het
palaveren in het clubhuis van de VVW Schelde is wel heel gezellig, maar
veel wijzer worden we niet. Het reglement hebben we uit ons hoofd
geleerd dus nu alleen nog de zeilaanwijzingen bestuderen. We kiezen
voorlopig voor een noordelijk rak, dus eerst maar naar Arnemuiden.
Levert tenslotte twee punten op en we weten waar dat is.
Kennelijk denken de anderen daar
net zo over, want even na vijven liggen we met z’n allen voor de
Keersluisbrug. Meteen na de brug zeil naar boven en als een speer gaan
we richting Middelburg. 250 meter vóór de bruggen zeil neer, motor bij,
passeren en zeil weer op. Gaat hardstikke goed. Na de stationsbrug valt
de wind grotendeels weg en begint het te regenen. Heerlijk; dit is
basic-bootje-varen.
De snelle jongens verdwijnen al
snel achter de bocht en wij komen als laatste, samen met nog drie
anderen, de sluis van Veere in. Voorlopig gaat het goed; een minimum aan
motorminuten, een maximum aan plezier en we gaan voorop de sluis uit.
De zeilaanwijzingen geven aan dat
er tussen de eilanden Schutteplaat, Mosselplaat, Haringvreter enz. en
Noord-Beveland gevaren moet worden. Inmiddels liggen we weer achterop,
is het donker en navigeren we op de computer. Gaat uitstekend. We willen
natuurlijk wel scherp langs de eilanden. Iets te scherp, want ten westen
van de Mosselplaat lopen we aan de grond. Na enig gerommel met de
zeiltjes en wat schudden met de boot glijden we weer het diepere water
in. Boven de eilanden is het kruisen. De wind is weer wat toegenomen en
het gaat uitstekend tot we weer iets te dicht bij de lage gronden komen.
Juist als we overstag willen gaan knallen we weer op de plaat. Nu zitten
we wat steviger vast. Wel gelukkig op de hoge kant. We moeten drie
kwartier klooien om weer los te komen. Daarna gaat het wel met een
stevige gang richting Arnemuiden. Na talloze keren overstag te zijn
gegaan, komen we precies uit tussen de palen van de haveningang van
Arnemuiden. Motor aan en heel voorzichtig naar binnen. In de jachthaven
van Arnemuiden liggen nog meer duotocht lotgenoten. We bellen het
meldnummer, posten de kaart, nemen een lekkere borrel en gaan de
slaapzak in. We kunnen rusten tot kwart voor acht. Toch nog maar even de
wekker gezet.
18 september
We waren kennelijk de laatste van
de deelnemers die gisteravond binnen kwamen, want toen wij vertrokken
was iedereen al weg. Op de zeiltjes vanaf de steiger het havengeultje
uit. Prachtig weer, goede wind uit de goede hoek. De Zandkreeksluis
staat wijd open voor ons en een kwartier later varen we al in de
Zandkreek. Na veel wikken en wegen over stroom mee en tegen, wind en
smalle sluisjes hebben we besloten eerst Tholen aan te lopen, omdat we
die puntjes echt niet kunnen missen. De wind is goed, hard in de buien
die met enige regelmaat overkomen. We zijn in no-time in de haven van de
WV de Kogge en posten onze kaart. We verliezen wat tijd door een
prachtige Victoire, die we toch even moeten bekijken. Terug naar het
sluisje gaat wat moeilijker. Om de minuut overstag. De rook komt uit de
lieren, maar we meren voorspoedig op het zeiltje aan de wachtsteiger. De
vrouwelijke sluismeester legt ons vriendelijk uit dat we zo aan beurt
zijn. De Schelde weer op; soms harde wind in de regenbuien, maar wonder
boven wonder, als we de Dortsman in gaan is het een lekker westenwindje
3 op het kenterende tij. We peuteren ons lenig langs de boeitjes door
het smalle gaatje en maken pas de BV20-D1 een slag. Op naar de
SvK16-OZ5. Als we daar aankomen begint het donker te worden. De R15-SvK2
knippert bemoedigend naar ons. Daar moeten we ook nog zijn. Met stroom
tegen naar de R34. Ook een mooi lichtje. Dat getuur naar de knipperende
boeien heeft iets hypnotiserend. Toch ronden we de boei veilig en zoeken
we de gele bundel van het sectorlicht op de vluchthaven in de Hammen.
Positie op het computerscherm en met kromme tenen voor de blinde boeien.
We houden het midden van het vaarwater en hoeven pas een slag te maken
bij de Plompetoren, rakelings langs de H16. De laatste slag brengt ons
precies voor het groene bundeltje in het sectorlicht van Burghsluis.
Hier toch maar even de motor bij en na zes minuten pruttelen liggen we
vast. We hebben vandaag 58 mijl afgelegd en een heleboel puntjes van de
zeilaanwijzingen afgewerkt.
19 september
Na enig gewurm zeilen we met een
minimum aan motorminuten vanaf onze ligplaats aan de gastensteiger de
Hammen op. We hebben stroom tegen, maar een stevig windje achter. We
lopen toch nog ruim vier knopen en zeilen op het gemakje het geultje
achter het Nunnenplaatje door. Om half elf zijn we bij de
midvaarwaterboei Roompot en om elf uur passeren we voor de eerste keer
de K1-EV2. Even hadden we gehoopt Stavenisse aan te kunnen lopen, maar
we zijn te laat. Het is precies laag water als we daar aankomen en we
kunnen niet meer naar binnen. Dan maar op de terugweg. We hebben
besloten van de gunstige wind te profiteren en eerst het Haringvliet op
te gaan. We laten Sint Philipsland aan stuurboord en de Grevelingen aan
bakboord liggen. Bij de Krammersluis kunnen we bijna meteen naar binnen
en om tien voor twee zeilen we op het Volkerak, richting Oude Tonge. We
zeilen tot in het haventje en meren af aan de gastensteiger. Kaart in de
bus en meteen weer weg op de fok het haventje uit. In de keersluis valt
natuurlijk de wind weg en we hebben te weinig vaart om er door te komen.
Jammer, twee ongeplande motorminuten. Op de sluis staan mensen te kijken
met een vragende blik in hun ogen. Die weten natuurlijk niet dat wij bij
de jongens en meisjes van de duotocht horen; die gekken met dat gele
vlaggetje in het achterstag. Op het Volkerak gaat het grootzeil erbij en
bomen we de fok over stuurboord uit. Het is prachtig weer en we bruisen
over de golven. Bij de Volkeraksluizen moeten we een tijdje wachten; om
half zes passeren we de lichtenlijn en varen we het Hollandsdiep op. De
Haringvlietbrug onderdoor en langs de HV58. Met een stevig windje uit
het westen kruisen we de Haringvliet op, onderlangs de Tiengemeten.
Vanaf de HV40 maken we een laatste slag en is het rak tot de VG1-HV22
bezeild. Bij de BN14 is het donker en is de wind afgenomen tot 1 á 2
baufortjes uit het westen. Er loopt een stroom van 0,1 á 0.5 knopen
tegen, dus het gaat heel langzaam richting de jachthaven Blinckvliet.
Over stuk tussen de HV24 en Blinckvliet doen we maar liefst twee uur en
elf minuten; een afstand van ongeveer vijf en halve mijl. Hoe dan ook;
Hellevoetsluis zit er voor ons niet meer in, want opkruisen met zo
weinig wind is voor ons niet haalbaar. We besluiten de rusttijd in te
laten gaan en morgen om half zes verder te gaan.
20 september
Wat zeiden we gisteravond ook al
weer tegen elkaar; wekker om half zes en om kwart voor zes zeilen op en
naar Hellevoetsluis! Jammer maar waar, nog voor de wekker af ging
merkten we al dat het een beetje woei. Eigenlijk wel heel hard. Na het
weerbericht van half zeven wisten we dat het moeilijk ging worden. Nog
maar even gewacht, nog een bak koffie, nog maar eens naar buiten, maar
na het weerbericht van half tien van de kustwacht was het duidelijk dat
we voorlopig niet verder konden; we lagen verwaaid in Zuidland! Dan maar
op de fiets van de havenmeester naar het dorp om vers brood met wat
erop. Als we tegen de wind in terug fietsen wordt het toch wel
duidelijk, die weerjongens hebben gelijk; het wordt niet beter de
komende dagen. Als we terug aan boord zijn melden we ons af bij Adri
Maas en gaan we de thuisreis per auto organiseren met het thuisfront.
Ton Verdaasdonk, maat op de
Marezaet
|