|
RETOURTJE CARIEB
Tijdens onze trippen met de KANALOA
kwamen we nog al eens in slecht weer terecht. Dit kon u lezen in voorgaande
verslagen over wedstrijdjes naar Helgoland en reisjes naar Madurodam, Bontekoe
en de Engelse kusten. Dikwijls verzuchtten we dan: “Het is weer erg gezellig
maar je zou het in de tropen moeten doen!”
Aangezien we dikwijls van de impulsieve
zijn, als het op bestemmingen aankomt, moest dit dus ook maar eens gebeuren.
Rob de Groot, befaamd van de jaarlijkse
Zeeland-Charters Trofee (Alcohol Cup), ving de kreet op en reageerde
professioneel commercieel. Hij verzon met niet aflatende assistentie van Rooie
Nol (alias Jan van Gorp) wat leuks, vond wat slachtoffers en organiseerde twee
prima voorlichtingsavonden onder het motto:
”Wedstrijdzeilen in de tropen? Geen
paniek, we gaan naar Martinique!”.
Zo gebeurde het dat op 15 november om
03.30 uur (tja, zeilen blijft afzien, ook als je naar de Carieb moet!) een man
of twaalf stonden te blauwbekken, ergens bij een viaduct in Souburg waar we
opgepikt zouden worden door een bus, die ons naar het Parijse vliegveld Orly
zou brengen en vervolgens per jumbo naar Fort de France.
De bemanning van ons schip, bestaande uit
pappa en de vier kinderen Hanemaaijer, Eddy, Paul en ondergetekende als “bijna
Kanaloa-familie”. De resterende mensen waren wat juppen waarvan de meeste op de
beurs beter thuis bleken dan op het water, onder “gezag” van Klaas Kapteijn,
die een andere boot bejupte.
Na drie kwartier onderkoeld raken,
arriveerde de bus. Dat viel niet tegen. SuperVIP met
stewardess Monique. Al snel werd het gezellig bij een
bakje koffie of een biertje en één jup had zelfs Frans Bauer meegenomen die
steeds maar vroeg of “we even voor hem hadden”. Er werden onderweg nog wat
mensen opgepikt voor andere schepen want Rob Moorings (de Groot) had er acht
vol gekregen. Daar kon je wel een VIP-bus voor laten rijden en een 747 voor
charteren!
De vijf uur durende trip naar Orly werd
bekort door een zak heerlijke gerookte kippenvleugels, die Jeroen tevoorschijn
toverde, om alvast in de vliegsfeer te komen. Zo’n ontbijt om 04.30 uur maakt
je hele dag goed!
Nadat de chauffeur ons heel Orly had laten
zien, konden we inchecken en maakten we kennis met de irritante arrogantie van
de franse geüniformeerden. Parijs – Martinique is voor hun een binnenlandse
vlucht maar hoeveel keer je daarvoor je paspoort moet laten zien, in steeds
langer wordende rijen, is niet normaal meer. Gelukkig nog even tijd om, niet
plaatselijk verkrijgbare, liquers in te slaan en daarna boarden. Dat ging ook
niet zomaar want de veiligheidsdienst is er zo goed opgeleid dat ze Vac zijn
handheld GPS voor de afstandsbediening van een atoombom aanzagen. Gelukkig
kwamen we daarom als laatste het vliegtuig binnen dat meer weg had van een
veewagen dan van een comfortabel verkeersvliegtuig. Om 12.10 stegen we op om
een kleine acht uur later te landen op Martinique, waar het nog maar 15.00 uur
was. Na een uurtje delay door het zoekgeraakte tasje van Puf, gingen we per
geairconditioneerde bus naar de basis, waar de schepen op ons lagen te wachten.
Hier viel de tropenhitte als een blok op ons neer. Ontvangst met een heerlijke
cocktail op het steiger door het Moorings-personeel, dat alle mogelijke hand-
en spandiensten verleende en de van te voren bestelde boodschappen aan boord
bracht. De schepen waren perfect en geen één ouder dan drie jaar. Prima
uitgerust en alles werkte naar behoren. Nadat we de boot hadden ingericht en
met de, door Eddy meegebrachte, naamstickers hadden omgedoopt in……” Kanaloa”,
waren we bijna uitgedroogd. Dat was effe wennen!
Gelukkig werd het vocht al ras weer
aangevuld. Het beloofde een gezonde week te worden want de exotische vruchten
waren ruim voor handen.

Ananas, passievrucht, citrus in alle maten
en soorten, mango, banaan, papaja en cocosnoot etc. De sappen uit deze
vruchten, aangelengd met lokale rum, die goedkoper bleek dan Cola, verdrongen
net zo hard de dorst als dat ze opvrolijkten. Een perfecte combi dus!
Het was de bedoeling dat er in die week 5
wedstrijdjes werden gevaren dus werd de boot de volgende ochtend geprept om
alles uit de kast te kunnen halen.
Er werd een achterstagspanner
geïmproviseerd en proeven met de bijboot, kort of lang achter de boot, gedaan.
Sjoerd had een geheimzinnige koker bij
zich waar we een telescopische spiboom in verwachtten. Helaas was hij op de
onzalige gedachte gekomen om deze vol te proppen met hengels. Ook had hij een
vermogen kostende hoeveelheid kunstaas gekocht, gezien de kleuren hiervan,
kennelijk op de kermis. Er moesten Tonijnen, Merlijnen en Baracuda’s worden
gegeten dus was er niets aan het toeval over gelaten. Met die hele santemekraam
hebben we in die hele week een uit zijn krachten gegroeide goudvis en een
tropische haring gevangen en verder niets anders dan last gehad van die, vol
met weerhaken zittende, ellende. Als ze de rotzooi nou nog maar eens opruimden
maar dan lag het spul in je kooi geparkeerd of stond er weer een open doos op
het dek waarvan je al rilde bij de gedachte dat er iemand in zou trappen.
Gelukkig kon Rob zijn chirurgische emergency-kit op slot houden!
Het begon al bij de eerste wedstrijd. Een
groot fiasco want zeven schippers en een hengelaar aan boord bleken geen goede
formule voor een aanvaardbaar wedstrijdresultaat. Iedereen blèrde maar door
elkaar. Zo werd in een voor de winds rak geroepen “aanhalen” dus de schoten
gingen aan, terwijl de uitstaande vislijn werd bedoeld, zodat deze rond een
boei draaide en het schip stil kwam te liggen. Resultaat; een beschamende
zevende plaats voor een stel hufters die twee keer de Oostende-Helgolandrace
wonnen.
Hier is na de finish een stevig woordje
over gewisseld hetgeen wel wat geholpen heeft. Er is maar 1 schipper en géén
hengelaars meer tijdens de wedstrijd. De volgende dag ging het dan ook al een
stuk beter en werden we tweede. We voeren langs prachtige kusten onder sublieme
weersomstandigheden. In één woord GEWELDIG!
De derde dag een oversteek van Martinique
naar St. Lucia. 35 mijl over open zee waardoor je de oceaandeining goed kon
voelen met een 5 Bft. halve wind speerden we vooruit en wonnen de wedstrijd.
Hier waren 6 man op de goede plaats in het gangboord nu wel eens een voordeel
voor ons.

Al ver voor aankomst werden we gepraaid
door een bootje met twee ebbenhouten negers erin die hun diensten aanboden en
allerlei exotische vruchten in de aanbieding hadden. Een van die ananasnegers
heette Woody die door Klaas werd ingehuurd voor de boodschappen en een sight
seeing tour op de wal omdat hij alle “plekken” wist. Hij regelde een speedboat
om te skiën en ook ontsloot hij de kajuitdeur voor de heren na een avondje
stappen omdat hen dat zelf niet meer lukte. Woody was zelf ook niet meer zo
fris want die rookte van allerlei geestverruimende genotsmiddelen.
(I’m a ghetto boy man, you know. I
smoke only fifteen joints a day man, cool man!) De
meeste lol hadden die mensen als het regende en dat kan het daar ook! Druppels
die in één keer een steelpannetje vulden maar heerlijk van temperatuur. Ook
dinghieden we naar een grot waar ontelbare vleermuizen huisden waar je ook
schitterend kon snorkelen. Onvoorstelbare vissen met de mooiste kleuren!
De vierde dag begon met een Le Mans–start.
We lagen in een baai voor anker met een
achterlijn van een meter of dertig aan een palm op de wal. Het was de bedoeling
dat bij het startsignaal het jongste en oudste bemanningslid met de dinghy naar
de wal peddelden, de achterlijn losmaakten en op het moment dat ze terug aan
boord waren, mocht worden begonnen met anker hieuwen. Dat is toch een aardig
georganiseer in die tropenhitte en iedereen werkte zich dan ook uit de naad!
Bij ons ging het flitsend totdat we ankerop gingen. Een vreemde buurman had
zijn anker over dat van ons heen liggen met het gevolg dat ons anker boven kwam
met zijn ketting eraan. Sjoerd probeerde dit te klaren maar maakte door het
tegenvallende gewicht van de ketting een salto mortale rond de preekstoel
waardoor zijn edele delen ernstig in de knel kwamen te zitten. Hij maakte hier
dan ook luid en duidelijk melding van en onze start was letterlijk naar de
kloten!
Op de motor naar de startlijn maar om
precies 08.00 uur moest de motor uit en we waren nog lang niet op de lijn.
Veel andere deelnemers namen het niet zo
nauw en motorden rustig door waardoor de uitslag van deze wedstrijd dubieus
genoemd kon worden.
Meestal werden we rond 06.00 wakker en
plonsden dan direkt in zee. Dat was net een warm bad (29 C). Daarna
schoonschippen en Jeroen zorgde meestal voor een perfect hartig ontbijt. Rond
een uur of acht naar de briefing aan boord van de wedstrijdcatamaran en om
10.00 uur meestal de start. Rond 15.00 uur de finish en dan zwemmen, snorkelen
of de wal op met de bijboot om te stappen en te shoppen. Dan aan de borrel of
op visite op een ander schip. Dit bracht vreemde taferelen met zich mee omdat
er dan vaak rumflessen over gezwommen
moesten worden wegens snel slinkende voorraden op het visite-ontvangende schip.

Inmiddels werd er besloten wat we met het eten deden. De wal op of aan boord. Eddy zorgde voor het voedzame deel van het diner en Paul voor de culinaire
specialiteiten. Het was aan boord nogal eens lekkerder dan aan de wal, waar ze
trouwens ook van stevige prijzen wisten. Tussen 17.00 en 17.30 viel de
duisternis als een deken over het water. Schemer heb je daar bijna niet. Na een
koffietje en wat uitbuiken, lagen we meestal tussen 21.00 en 22.00 al in onze
wieg. Puffel en Klaas hadden een Pullman
slaapplaats op de giek in het zeilkleed, hetgeen s’morgens aardige
taferelen opleverde als de heren elkaar over het water een goede morgen
wenste.
Omdat er tijdens de wedstrijd niet gevist
werd, probeerden de tweeling daar ieder ander moment voor te benutten. Zo kon
het gebeuren dat, rustig ten anker liggend in een kleine baai, het kunstaas in
de mangrove-bossen terecht kwam met als gevolg twee mensapen in het oerbos om
dat eruit te vissen.
De één na laatste avond verliep op het
schip van Klaas wat chaotisch omdat de rumfles was uitgeschoten en de heren na
het diner het vuile komaliewant niet gewoon in het sop gooiden maar om een
afwasje te besparen, in het ruime sop, zich niet beseffend dat het daar wel 16
meter diep was. Daarna wilden ze nog de wal op en jatte onze dinghy die we de
volgende morgen natuurlijk misten. We hadden om 03.00 uur s’nachts nog wel
gillende buitenboordmotoren gehoord, ons niet realiserend dat die van ons daar
ook bij was. De volgende morgen in alle vroegte zwemmend de beide dinghies van
de boot van Klaas losgeknoopt en goed ver “opgeborgen” wat toen bij hun weer
voor de nodige onrust zorgde.
Een dinghy kwijt en het komaliewant op de
bodem van de Caraibiesche Zee, als je s’morgens weer fris en fruitig aan de
afwas van de vorige avond wil beginnen, daar moet toch een aardig aandeeltje
voor verhandeld worden om dat financieel met de Moorings recht te trekken!
De laatste avond had Rob voor de
prijsuitreiking en het afscheidsdiner een restaurantgedeelte van een hotel
afgehuurd waar ook veel toeristen verbleven. Vandaar dat we konden meegenieten
van een inheemse dansgroep die op fijnzinnige wijze de herinnering aan de
strijd uit de slaventijd ten tonele voerde om er de geldverspillende blanken
aan te herinneren dat daar ook andere tijden waren geweest.
Die tijden dreigden even terug te keren
toen een gedeelte van de crew een duikje nam in het prachtig verlichte zwembad.
Het eten was er goed en wij gingen met een tweede prijs in het eindklassement,
wat overhaast, naar ons schip terug.

De volgende dag terug naar de basis,
opruimen, inpakken, boot inleveren en wegwezen. Na veel wachten en nog meer
arrogante fransen landden we gaar gebruind op zondagmorgen 08.00 uur weer op
Orly.
Om 15.00 uur konden onze schatten ons weer
in de armen sluiten. Heel fijn maar in een koude miezerige regen en dat waren
we even niet meer gewend.
Zeilen in de Carieb….om nooit te
vergeten!!!
Rob en Jan van Gorp ook langs deze weg nog
eens hartelijk dank voor jullie inzet en de prima verzorging van deze trip. De
Moorings was voor ons een perfecte ervaring!
Hans Wesselman
Koudekerke, Januari 2004
|